Zaterdag 6 Februari 2010
Anthony komt met een minibus met chauffeur om 8.00 am, deze zit al aardig vol met grote dozen, spullen voor het weeshuis. Het zijn donaties uit vooral Amerika en Canada die al even in Kampala stonden opgeslagen. Vervoer over zee is relatief goedkoop maar het laatste stukje over land is erg kostbaar.
De weg richting Jinja is slecht. Een enkelbaansweg met veel gaten. Ook hier, zoals in veel landen, wordt er hard gereden alsof het om een wedstrijd gaat. Inhalen gaat gepaard met veelvuldig seinen naar het tegemoetkomend verkeer. Onderweg zijn we dan ook getuige van een ongeluk.
Als er een auto met pannen staat worden er als waarschuwing takken op de weg gelegd.
Op een gegeven moment komt de politie voorbij scheuren en met handgebaren worden we naar de kant gestuurd. Het is de president die in colonne vergezeld door militairen met een noodgang voorbij komt rijden.
Bij deze brug steken we de oorsprong van de Nijl over die in het Victoria meer begint. Een dam zorgt voor de nodige energie. Nog ruim honderd kilometer richting Tororo. Deze weg is zowaar een snelweg die ons voert langs lintdorpjes. Ieder dorp bestaat uit een lange rij onafgebroken winkeltjes en kraampjes. Er wordt gelast, gezaagd, gebakken en kinderen lopen door dit alles achter elkaar aan.
We rijden door de Jungle voorbij theeplantages en rijstvelden. We zien de traditionele hutjes van klei en rieten dak. Alles wat hier groeit ziet er prachtig uit nog beter dan bij de Intra tuin. Alle bomen staan in bloei met paarse, rode, gele en witte bloemen.
Onderweg komen we een stel bavianen tegen zo groot als herdershonden.
Dan zien we de cement fabriek en weten we dat we in Tororo zijn. Ook de Tororo rock is dan zichtbaar.
We rijden eerst naar het ICT center waar we maandag onze eerste les zullen geven. Iets anders dan ik me had voorgesteld. Voor het huisje staat een waterpomp waar de bewoners in de omgeving hun water halen. Ernaast licht een stuk braakliggend grond. Hetblauw gwschilderde lokaal, van cement met een raam met hekwerk staat vol met zwaar verouderde computers maar een aantal van hen hebben wel een sticker met daarop “ready for use”.
Aan de muur zie ik een pamflet met daarop de aankondiging om computerlessen te komen volgen. De totale cursus van 3 maanden kost 100.000 (Ush) gelijk aan zo'n 38 €.
We rijden verder naar het weeshuis iets uit het centrum. De kinderen komen verlegen aanlopen. We geven ze handjes en bijna fluisterend vertellen ze hun naam. Bij het begroeten maken de meisjes een soort van kniebuiging uit respect voor ouderen. Ook Agnes en Rafael, de lokale staf, stellen zich voor. Even later komen nog meer familieleden kennismaken. Ze zijn erg verlegen en niet iedereen spreekt Engels. Een gesprek voeren verloopt dan ook moeizaam.
De kinderen komen een aantal liedjes zingen met een dansje. Met een tekst die verteld hoe dankbaar en blij ze zijn dat we gekomen zijn. Even een fisherman friends moment als je de ogen van die kinderen ziet.
Dan vind de ceremonie plaats waarop we de donaties overhandigen. Er wordt even duidelijk uitgelegd aan de kinderen dat we nu de cadeaus geven maar dat ze die niet gelijk mogen houden. Later wordt er gekeken welk kledingstuk voor wie is afhankelijk van de maat en zijn de spelletjes voor gemeenschappelijk gebruik. Zie foto.
Voor het eerst zie ik wat enthousiasme bij de kinderen die tot nu toe een gelaten indruk op me maakte.
Dan is het tijd om te eten. Er wordt flink uitgepakt met rijst, vlees, gebakken aardappelen, een soort van witte kool en gebakken stukjes lever.
Er wordt ook een krat met frisdrank aangedragen en het feest is compleet.
De kinderen zitten buiten op de grond met een behoorlijk bord eten. Ze eten allemaal hun bord leeg en bij sommige kleintjes vraag ik me af waar ze het allemaal laten. Anders dan bij ons krijgen ze hier maar 2 keer per dag te eten en zullen ze behoorlijk trek hebben gehad.
Daarna vervolgt de ceremonie met de staf van de organisatie. Telefoons worden overhandigd en ze zijn zeer onder de indruk. Ieder lid geeft een korte speech waarbij Agnes voor de Engelse vertaling zorgt. Iedere provincie heeft zijn eigen taal. Het Engels is dan wel de officiële taal maar wordt niet door iedereen gesproken met name de oudere niet.
Sommige danken God voor de telefoon die ze hebben gekregen. Ik vraag me af of er nu ook geld is om een prepaid kaart te kopen.
Deze mensen zijn degene die in het veld kinderen selecteren om op te nemen in het weeshuis. Als ik Anthony vraag waarop er geselecteerd wordt geeft hij aan dat dit inderdaad erg moeilijk en vaak tot onbegrip lijdt bij de lokale bevolking. Er wordt vooral gekeken of er nog ooms en tantes zijn die eventueel voor het kind kunnen zorgen. Wanneer er geen familie is dan kan het kind worden opgenomen.
Onderweg naar ons hotel zien we groepen mannen in groepjes van 8 om een grote pot zitten. Ze zitten te kaarten en onderwijl lurken ze met stengels van een meter uit de pot waarin een alcoholisch brouwsel zit. Ze zijn erg uitgelaten, waarschijnlijk door de alcohol die z'n intrede doet. Als ik in de pot kijk zie ik een bruine schuimlaag drijven, geef mij maar een Bavaria.
In het hotel eten we nog wat chips met een biertje en wat fris. De bediening is erg vriendelijk zoals ze eigenlijk overal zijn in Uganda.
Zondag 7 Februari 2010
De ochtend is heerlijk koel. Het ontbijt bestaat uit African coffee (koffie verkeerd met kruiden) en een Spanish omlet.
Pecos Guest Hotel ligt een beetje uit het centrum met een bananenplantage ernaast.
De hagedisjes lopen door de tuin en tegen de muren op. Na wat schrijven gaan we het stadje verkennen. Het maakt echter meer de indruk van een dorp. In het midden een rotonde met een klein netwerk van wegen eromheen. De kleinere aftakkingen zijn gelijk zandwegen.
De bomen staan prachtig in bloei. Kinderen zijn nieuwsgierig en lopen je achterna en vragen of je een foto van ze wilt maken.
Al snel hebben we alle wegen van het dorp doorlopen. De zon staat hard te branden. Met de hoeveelheid licht en alleen maar donkere mensen om ons heen zien we er wel erg bleekjes uit en moeten we oppassen om niet te verbranden.
Agnes kwam ons ophalen en ze vroeg of we nog even het ziekenhuis wilde zien. Het ziekenhuis is opgedeeld in barakken, slaapzalen voor vrouwen en mannen en gebouwen voor poliklinische behandeling, door Japan gedoneerd. Ook zijn er twee Operation Theaters en een speciale ruimte voor kinderen.
Als we de slaapvertrekken inlopen weten we niet wat we zien. De bedden zijn totaal versleten, er liggen zo'n 20 op een grote zaal, zonder bedgordijnen. In een hoek staat een kamerscherm indien privacy op een bepaald gewenst is. De matrassen zijn helemaal doorgelegen. Bij sommige matrassen lig je direct op het smoezelige schuimrubber. Sommige beden hebben niet eens muskietennetten en geïmproviseerde infuusstangen. Als we door de gangen lopen ruik je vlagen van urine. De familieleden zorgen zelf voor het eten en schone lakens, horen we later. Dit is echt even slikken, ongelooflijk wat een materiële armoede. Via via hoorde we dat een buitenlandse arts recent het ziekenhuis opnieuw had bezocht, na dertig jaar en trof alles nog in dezelfde staat aan. Een andere keer gaan we hier naar terug om de defibrillator af te geven, nu te weinig tijd.
De rest van de middag helpen we Anthony om de computers op te brengen. Het zijn verouderde machines maar Windows XP draait er nog wel op.
In het begin helpen er nog mensen mee maar als de tijd vordert zijn Irene en ik nog alleen bezig. Er gaat zelfs iemand pontificaal in het midden van de ruimte op twee stoelen slapen. Anthony is een uitzondering die altijd wel bezig is. 'S middags begint het onwijs hard te regen. Tegen het eind van de avond zijn we klaar en hebben we uiteindelijk 12 computer systemen aan de praat gekregen. Allemaal met Windows XP en MS office 2003 geïnstalleerd. Niet gedacht dat we er zoveel draaiend zouden krijgen.
Als we richting het hotel lopen zien we een menigte van 10 rijen dik buiten voor een café staan. Om een glimp op te vangen van de voetbalwedstrijd op tv. De favoriete sport van Uganda.
Het Ugandees elftal is winnaar van oost Afika maar heeft niet het komende WK gehaald. Op de TV zien we Arsenal tegen Chelsae. Ook het hotel zit vol met gasten die naar het voetbal komen kijken.
Ons avondmaal bestaat uit rijst met pindasaus en gebakken kool. Irene neemt een Bell bier met Sprite. Ik neem voor de afwisseling een Nile Special bier. Zoals de naam al doet vermoeden wordt dit bier gebrouwen uit water van de Nijl.
Maandag 8 Februari 2010
Om 7 uur op om bijtijds een ontbijt te nemen. Dat laat echter nog wel even op zich wachten, dat is niet abnormaal hier hebben we gemerkt. Op naar het klaslokaal naast de markt, tien minuten lopen van ons hotelletje. De groep bestaat uit 9 personen, drietal dames, de rest heren.
Na wat theorie over de hardware van computers vraag ik de studenten om de onderdelen aan te wijzen en de eigenschappen te benoemen. Het blijkt erg belangrijk te zijn om de mensen actief te betrekken. Maar uiteindelijk lukt het om ze zelfstandig te laten nadenken over wat ik ze vertel.
Om 12 uur is de eerste les afgelopen en gaan we naar ons hotel om te lunchen. Voor deze sessie melden zich slechts 2 nieuwe studenten aan.
Ik draai het zelfde programma af samen met een aantal leden van OCA. Agnes, Rafael, John en Noah. Ik vraag aan Noah of hij de avondsessie kan verzorgen zodat de informatie kan worden doorgegeven wanneer wij over drie maanden vertrekken. Dat is in orde maar ik heb mijn twijfels over de kennis van Noah die als IT specialist werd voorgedragen door Anthony.
Gedurende de les valt de stroom weer uit en rest mij niets anders dan de stof op een white board uit te leggen met stiften die al aardig leeg beginnen te raken.
Na de les gaan we naar het ziekenhuis om de defibrillator af te leveren. We wisselen onze email adressen uit om te kijken of in de toekomst afgeschreven matrassen van het RCA kunnen toesturen, als dit niet te duur is. Met de directeur afgesproken dat we nog een keer terug komen om foto's maken om te laten zien hoe schrijnend de situatie hier is.
Als we voor de avondsessie terugkeren om te kijken hoe Noah het doet zien we dat alles op slot zit.
Zelf had ik de indruk dat er toch nog wel studenten zouden komen om les te volgen. Morgen maar eens vragen wat hier nou de reden van is.
Dinsdag 9 Februari 2010
Weer een Spanisch omelet met toast. Het weer is wederom heerlijk koel. Om 9 uur is het nog niet erg druk. Toch maar beginnen met lesgeven voor diegene die wel op tijd zijn gekomen. Gedurende de les begint het aardig vol te raken. Met nog een student erbij zijn inmiddels alle plaatsen bezet.
Eerst wat vingeroefeningen met de muis en opdrachten om bestanden aan te maken met Word en te organiseren met Explorer. Ze lijken het leuk te vinden ondanks de inspanning die ze moeten leveren. Als afsluiter trakteren we op een stroopwafel die er ingaat als koek.
'S avonds gaan we eten bij het Indiaas tentje waar Veronica het over had. Veronica is Amerikaanse en werkt aan een onderzoek over malaria in het ziekenhuis waar we de defibrillator hebben afgegeven. Ze blijft in totaal een jaar in Tororo. Malaria schijnt hier erg veel voor te komen en ze zoekt uit waarom dit zo is.
Het wordt al snel donker en er lijkt geen eind aan de wandeling te komen. Het was de wandeling meer dan waard want de Butter chicken en Tikka masala gerechten zijn heerlijk. Op de achtergrond, we zitten buiten, horen we een spectakel waarbij een geestelijke al schreeuwend de duivel uit mensen verdrijft. Ik moet denken aan de scene van Eddy Murphy waarin hij een priester speelt die helemaal los gaat.
Voor de terugweg een Boda Boda genomen. Een motor taxi waar je met een beetje schuiven maximaal met drie volwassenen en twee kinderen op kunt zitten. Rijd zonder enige bescherming van kleding of helm, je voor een habbekrats je van hot naar haar. Deze vorm hebben ze ook van een fiets met een comfortabel kussentje.
We zoeven door het donker gemakkelijk over de weg en de bestuurder ontwijkt behendig de gaten in de weg. De Boda Boda komt al dagen in het nieuws doordat ze roekeloos rijden en voor veel ongelukken zorgen. Die van ons rijdt voorzichtig. Zoals we al wel vaker gemerkt hebben plant de Oegandees niet ver vooruit. Als je met een minibus meerijdt wordt er tijdens het tanken geld ingezameld om bij de tankbediende af te rekenen. Halverwege moeten we dan ook afstappen om de motor op z'n kant te gooien om het laatste restje benzine in de carburateur te krijgen. Met net voldoende benzine halen we ons hotel.
zondag 21 februari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten